A2Award: het winnende verhaal “Moeras”

Door Willemijn Astro op in Nieuws

A2AwardOp het MMV-congres, voor een zaal met negenhonderd aanwezigen, heeft Annelies van Vuren, de winnares van de A2Award, haar winnende bijdrage voorgelezen. Ze ontving hiervoor het luidste applaus van de dag!

Moeras

Zeventien is ze. Ze hoort niet eens op onze volwassenafdeling! Maar op de kinderafdeling zien ze geen melanomen, dus dan maar bij ons. Een echte puber. Met een eerste vriendje. Met een KanjerKetting van meters lang. En met een melanoom dus. Een melanoom dat werkelijk is ontploft onder de immunotherapie. Ik kan de foto van haar longen zo nog voor me zien. Ik schrok me rot. Die long die eerst nog luchthoudend was, was nu compleet wit. Tumor. En wel zoveel dat daar geen mibje, mabje of wat dan ook tegen opgewassen is.

Ik ben bang dat ik de implicaties van mijn carrièrekeuze op mijn zeventiende niet overzag. Ik was zeventien, lief en schattig, toen ik begon met studeren, net zoals iedereen vol passie en ambitie. Met het volste vertrouwen dat ik de wereld beter zou gaan maken. Tussenstand na tien jaar: ik kan je helpen met elke vraag over diabetes, ik leid je moeiteloos door de work-up van een anemie en mijn favoriete patiënt heeft drie kantjes voorgeschiedenis. U vraagt, wij draaien. Ik ben aios interne. Maar of de wereld onder mijn handen al iets beter geworden is?

Wees niet bang, ik ben mijn passie van de eerste dagen echt nog niet verloren, maar ben mijn naïviteit wel kwijtgeraakt. Ik ben gehard door het leven van het ziekenhuis. Door eindeloze drommen patiënten op een drukke SEH, ieder met zijn eigen ellende. Door kansloze reanimaties bij veel te jonge mannen. Door het leed van een laatste levensfase. En dat alles afgewisseld met een onafgebroken stroom aan energievretende telefoontjes. De idylle uit de doktersromannetjes bestaat niet. Al zag ik pas wel een erg knappe orthopedie-assistent die met een golfbeweging door zijn haar streek. Excuus, ik wijd uit.

Nee, ik sta gewoon elke dag met mijn voeten in de klei. Met mijn kaplaarzen doorwaad ik mijn moeras dat op dit moment de oncologie-afdeling heet. De kamers oubollig en leeg. En met dat wat we hebben leveren we de beste zorg die we kunnen. De koffieautomaat op de gang en de vervoersservice van parkeergarage naar de hoofdingang zijn leuke extra’s om onze plek op de AD-ranglijst te verhogen, klaarblijkelijk surrogaatmarkers voor de zorg die wij leveren. Ik bekommer me om mijn patiënten, en laat iemand anders dat doen over de AD-ranglijst.

Op mijn manier ben ik aan mijn patiënten gehecht. En dan voelt het behoorlijk klote om te vertellen aan een zeventienjarige dat ze er over EEN PAAR DAGEN niet meer is. Gewoon dood. Met een huilende supervisor op audiëntie in haar kamer. Een soort zwijnenstal zoals past bij een puber. Het was een drama, vast nog groter dan u zich kunt voorstellen. Het verdriet te groot. De angst voor de dood immens. Deze meid gaf de afdeling een cursus leven in een week. En mij een cursus omgaan met pubers. Haar laatste wensen: trouwen met haar eerste liefde en een vlog opnemen. Allemaal vakkundig afgevinkt.

Het zal u niet verbazen dat deze lieve, levenslustige en soms lastige meid er niet meer is. Dat is niet wat ik u wil vertellen. Dat moeras ligt er nog steeds. En elke dag komen er nieuwe patiënten die een uitdaging neerleggen. Een uitdaging waar het hokkerige systeem van de gezondheidszorg geen passende DBC-code of protocol voor heeft. En ik geloof nog steeds dat ik een heel klein beetje verschil kan maken en waad daarom elke dag maar weer door mijn moeras. In de hoop dat het op een dag niet meer nodig is om een stoere chick van zeventien te vertellen dat het leven stopt.