It’s different for girls

2019-08-26T10:38:57+02:0017 juli 2013 |

Tijdens mijn gesprekken met vrouwelijke artsen, denk ik vaak aan dit liedje van Joe Jackson. Veel van hen combineren hun artsenleven met een gezin en op het eerste gezicht lijkt het niet anders dan bij hun mannelijke collega’s met een gezin. Toch is er verschil. Het combineren van werk en gezin is voor hen complexer, mede doordat de belasting van de opvoeding voor kinderen, het huishouden en de zorg voor het gezin er voor de meeste vrouwen niet minder op is geworden.

Daarnaast zijn de verwachtingen bij henzelf en de omgeving anders. In ons land heersen nog volop stereotype beelden zoals dat goede moeders thuis bij hun kinderen moeten zijn, dat kinderen niet meer dan drie dagen naar de crèche gaan en dat bij vrouwen hun ambities verdwijnen zodra er kinderen komen. Het zijn drie van de vele onzichtbare maar zeer voelbare hobbels en valkuilen die vrouwelijke artsen in hun dagelijks leven tegenkomen. Dit legt druk op hen, met als gevolg dat zij zich voortdurend en op alle fronten willen bewijzen. Dat niemand tekort komt, dat ze een betrouwbare en betrokken arts zijn en dat ze natuurlijk ook een goede moeder en partner zijn.

Een uitdagend en inspirerend artsenbestaan kan door deze factoren omslaan in een stressvol en energievretend bestaan. Dan steken twijfels en onzekerheid de kop op en verdwijnt de stimulerende wisselwerking tussen werken en zorgen. Het gevoel dat het leven klopt en lekker loopt, maakt dan steeds vaker plaats voor een gevoel van vastlopen, geleefd worden, overleven en opgebrand raken.

Gaat dat gevoel overheersen, dan kiezen vrouwen er vaak voor om alles maar wat minder te doen. Ik zie het ook bij artsen in mijn coachingspraktijk, vooral in de spitsuurfase van hun leven. Deze keuze vloeit voort uit het automatisme van eerst zorgen voor anderen, voor je patiënten en je thuisfront. Goed voor jezelf komt hierbij op het tweede plan. Dit patroon is nauw verweven met het vak als zorgprofessional en zit ook ingebakken in vrouwen en wordt alle emancipatie ten spijt mede in stand gehouden door onze cultuur. Zelfs nu nog.

Toch zie ik in de praktijk dat minderen of soms zelfs stoppen met werken niet de enige én ook niet de echte oplossing is. Het houdt vrouwen eerder in dit zorgreflex dan dat het ze eruit haalt. Bovendien leveren ze met deze keuze in op hun dromen, ambities en zichzelf. Het is vaak hét recept voor nieuwe teleurstellingen en frustraties.

Onder jonge klaren, vrouwen én mannen, hoor ik de wens om werken en zorgen meer op een eigentijdse manier vorm te geven. Hoe dat te doen is een veel voorkomende coachvraag. Helaas her- of erkennen oudere collega’s, opleiders en organisaties deze behoefte vaak nog onvoldoende. Hierdoor bestaat er vaak schroom om over deze wens te praten. De meeste vrouwen gaan dan nog harder werken en moeten nog meer van zichzelf. Ten koste van de bevlogenheid voor het vak of om op den duur vast te lopen. Dat is niet de oplossing. Een cultuur die mannen én vrouwen dezelfde kansen en mogelijkheden biedt in alle aspecten van werken en ouderschap is dat wel. Dan is het niet meer different for girls!