De komende weken blikken we terug op de A2Award 2020; onze schrijfwedstrijd voor aios. De A2Award is bedacht door De Jonge Specialist en de Academie voor medisch specialisten en is bedoeld om een a(n)ios in het zonnetje te zetten. Het thema in 2020 is voorop in vernieuwing, gerelateerd aan het MMV Congres op 9 december. We hebben ontzettend veel mooie verhalen ontvangen, die het verdienen in de spotlight te staan. De verhalen komen uit de nulde lijn, tot de derde lijn, en de diversiteit is mooi om te lezen.

In deze terugblik ….

Het beest

Ragna Boerma, aios psychiatrie (genomineerde top 3)

“Het is echt heel simpel,” had ze gezegd. “Het spreekt helemaal voor zich. Na vijven ben ik weg en dan moet je het sowieso zelf doen.”
Ik had ijverig geknikt. Nee joh, prima. Tuurlijk, komt goed. See one, do one, teach one, toch? Zo moeilijk kan het niet zijn.

Het is tien over vijf en ik loop het kamertje in. Kom op, je kan het, zeg ik zachtjes tegen mezelf. Ik haal diep adem en blaas langzaam uit. Daar staat ‘ie. Ik leg de papieren, vochtig van mijn zweethandjes, voorzichtig op tafel. Ik knijp mijn ogen even dicht en raak dan met trillende hand het antieke monster aan. Zachtjes pruttelend komt hij tot leven. Ik haal opgelucht adem, so far, so good.

Eerst een nul, eerst een nul, herhaal ik de instructie van vanmiddag in mijn hoofd. Ik druk met mijn duim de grijze nul in. Op het schermpje komen vier sterretjes te staan. Hm. Nou ja, zal wel goed zijn. Ik druk nog een keer de nul in. Twee. Nul. Het beest stoot een langdurige piep uit. Daarna wordt de display zwart. Minder hoopvol. Heb je al eens geprobeerd om hem opnieuw aan en uit te zetten, zegt de ICT-helpdeskmedewerker in mijn hoofd. Een licht gezoem en gesputter. Ik toets opnieuw de cijfers in. Nu sneller achter elkaar. Ik mag deze keer bijna het gehele nummer intoetsen voordat dezelfde kille pieptoon klinkt en het beest opnieuw collabeert. Uit en weer aan. Ik leg de papieren vast klaar in het rekje bovenin. Dan toets ik nog sneller het nummer in, houd tegelijk met mijn andere hand de papieren vast en probeer het stapeltje voorzichtig naar binnen te duwen. Het beest grijpt een vel, slurpt het naar binnen en zoemt dan even tevreden. Bij pagina twee verslikt hij zich. Het eerste vel wordt ongeschonden aan de onderkant naar buiten gewerkt, maar het tweede blijft halverwege het maagdarmkanaal steken. Zacht gezoem dat langzaam over gaat in paniekerig gerochel. Ik reik opnieuw naar de aan/uitknop, open ergens een klep en verlos het mormel van zijn corpus alienum bestaande uit de tweede pagina van mijnheer H’s ontslagbrief.

Na een vijfentwintig minuten durende strijd hebben uiteindelijk alle zes de pagina’s aan ontslagbrief enmedicatievoorgeschiedenis van mijnheer H de tractus digestivus van het beest getrotseerd. Als feedback geeft hij me vier sterretjes en een reeks nullen op het display. Mogelijk betekent dat: ‘bestand verzonden’. Mogelijk ook niet. Als ik de deur van het kantoortje achter me sluit, groet hij me ter afscheid met twee korte piepjes en een afsluitend gebrom.

Terug in de artsenkamer bel ik het ziekenhuis aan de andere kant van de stad. “Een fax? Nee, hoor, niets ontvangen. Kun je hem nog eens sturen?”
Telecommunicatie in het ziekenhuis: inderdaad, voorop in vernieuwing.