Wat doet dokters leren? Wij vragen het u!

2015-11-30T14:25:27+00:0030 november 2015 |

rsz_cees_van_elstCees van Elst
LVSC Registercoach en Associate Coach Academie voor Medisch Specialisten

Medisch specialisten en coaches lijken tot op heden niet een vanzelfsprekende combinatie te zijn. En zeker niet als de coach ook nog eens geen arts is. Enerzijds zijn medisch specialisten voor ons als begeleidingskundigen moeilijker te bereiken; zij lijken deel uit te maken van een gesloten systeem. Feit of fictie? Anderzijds lijken veel medisch specialisten er niet de voorkeur aan te geven om hun meer persoonlijke leervragen  te delen met professionals buiten de eigen beroepsgroep. Feit of fictie?

Als coach aangesloten bij de Academie voor Medisch Specialisten houdt de vraag “wat doet dokters leren” mij bezig. En mij niet alleen. Ook anderen, zoals bijvoorbeeld de werkgroep begeleiding medisch specialisten van LVSC (Landelijke Beroepsvereniging voor Supervisie en Coaching, 2400 leden) zoeken naar antwoorden op een aantal vragen:

  • zijn medisch specialisten een bijzondere doelgroep en zo ja, wat zet dokters dan aan tot (zelfreflectief en persoonlijk) leren?
  • vinden medisch specialisten het lastig om hun kwetsbaarheid te delen?
  • kloppen onze beelden over persoonlijk leren van medisch specialisten, of is er een andere tendens merkbaar?

Hierna schets ik enkele beelden vanuit de perspectieven: de medisch specialist, de patiënt, de medicus-hoogleraar en de begeleidingskundige. Ik sluit af met een vraag aan u, de lezer.

De medisch specialist: wees perfect en snel een beetje
Zeker is dat de behoefte ‘van buitenaf’ om medisch specialisten te begeleiden toeneemt. Dat lijkt al snel op: wij van WC-eend adviseren WC-eend. Bij de aanbodkant zit het dus wel goed en wij hebben het reuze goed met u voor. Een toenemend aantal coaches en supervisoren heeft ‘iets’ met de doelgroep. Maar zijn ze ook geschikt voor het begeleiden van medici?

Voormalig longarts Mariska Koster heeft in 2013 het nodige losgemaakt met haar verhaal naar de buitenwereld, onder meer in Medisch Contact. Ze vertelde over wat medici normaal zijn gaan vinden: het altijd maar hollen, steeds gestoord worden door telefoon of pieper, zonder pauze en reflectie doorgaan, de dood als metgezel hebben, korte slechtnieuwsgesprekken moeten voeren, de neiging tot perfectie en het goed willen doen, een grote verantwoordelijkheid voelend etcetera. Emotionele steun wordt verwaarloosd en er is de neiging tot terugtrekken en sterk zijn. Mariska gaf aan: “Maar dit went NOOIT. We kunnen alleen een goede dokter zijn, als we eerst goed voor onszelf zorgen”. En daarvoor acht zij (externe) coaching en supervisie noodzakelijk.

Bij onze beroepsvereniging maakte het verhaal van Mariska veel los: waarom ontzegt men zich iets wat elders zo gewoon is geworden: support? Ik zei al: wij hebben het reuze goed met u voor.

De patiënt: onder de indruk
In 2014 maakte ik persoonlijk een hoog energetisch trauma door. Na een val van vier meter door een dak op het beton had ik onder meer een complexe acetabulum fractuur. Ondanks de morfinemist kreeg ik snel respect voor de traumachirurg, die mij rustig en vanzelfsprekend tegemoet trad op de SEH, mijn gekreun voor lief leek te nemen, en passant een vinger in het gewricht terugzette en mij met zorg en humor tegemoet trad in mijn (doods)angst en verwarring. Na twee langdurige operaties, een IC-opname en een hartritmestoornis ontmoette ik hem pas echt. Als mens. s ‘Avonds laat kwam hij op mijn kamer, strak in het pak na een vermoeiend tweedaags congres. “Ik wilde nog even kijken hoe het nu met u gaat”, zei hij, krijtwit en duidelijk doodmoe. Voor mij als patiënt was het erg waardevol en het raakte mij dat hij de tijd hiervoor nam. Maar ik zag dat hij duidelijk gesloopt was. Maanden later, tijdens een controle, sprak ik hem weer. Hij zei: “U bent toch coach? Dat hebben wij hier echt heel erg nodig, vooral voor AIOS”. Ik vroeg: “En voor uzelf dan?” Hij lachte het weg, en zei: “Ik red me wel en heb er geen tijd voor. Bovendien geven wij dat toch moeilijk toe”.

Het lijkt erop dat de medisch specialist zich de gewoonte heeft eigengemaakt om zich zaken te ontzeggen. Zaken die heel gewoon zijn geworden voor andere doelgroepen: managers, executives, Tweede Kamerleden, technisch specialisten, ingenieurs, advocaten, topsporters etcetera. Dat wat men zich ontzegt heet: tijd voor (zelf)reflectie, support en persoonlijk leren. In de topsport is coaching, ook personal coaching, heel gewoon en werkt prestatiebevorderend.

De medicus hoogleraar: EGO-systeem of ECO-systeem?
Kijkend vanuit het perspectief van de team- of organisatiecontext legt hoogleraar chirurgie Erik Heineman (UMCG) uit dat medisch specialisten de neiging hebben om nog teveel vanuit de ‘professionele autonomie’ te denken en te handelen. Beter zou zijn als “wij leren hoe wij met elkaar een eco-systeem vormen in plaats van een ego-systeem. Dokters zijn gemiddeld genomen erg individualistisch en weinig doelmatig ingesteld” (uit: Diversiteit in harmonie, 2011). Het uiteindelijke doel bij een meer gewenste omwenteling (clinical governance) is dat de autonomie in dienst staat van een gemeenschappelijk doel: de verantwoordelijke autonomie. Dit vraagt een cultuuromslag in het ziekenhuis als nutsbedrijf.

Heineman citeert het onderzoek van Pieter J. Degeling (2010) naar ziekenhuizen als ‘tribal societies’, waarbij de stam van de artsen zich kenmerkt door een hoge mate van individualisme en een geringe neiging tot transparantie en doelmatigheid. De veronderstelling is dat medici geen (persoonlijke / professionele) aanspreekcultuur kennen en dat dit al begint bij de coassistenten. Een cultuur die bovendien een weinig vruchtbare bodem biedt voor coaching, supervisie en intervisie.

Volgens Dr. Atul Gawande, chirurg en bekend spreker over coaching voor medische professionals, zijn er twee thema’s die aanleiding zijn voor coaching: ‘complexiteit’ en ‘hoe word ik goed/beter in wat ik doe als medicus’. De dynamiek en complexiteit nemen enorm toe: steeds meer informatie, prikkels, verwachtingen, veranderingen en procedures. Recente ontwikkelingen: de specialist in loondienst verliest het gevoel van autonomie, maatschappen fuseren steeds vaker en het gezondheidszorgsysteem barst uit zijn voegen. Daarbij komen de ongeschreven (politieke) regels in een organisatie, gaat het omgaan met het management vaak niet vanzelf en betreden andere specialistisch opgeleide professionals steeds vaker het medische domein. In uw opleiding heeft u hier niets over geleerd en proefondervindelijk vindt u uw weg. Hoe blijft u daar relaxt onder?

Al deze complexiteit leidt af en het risico bestaat dat de medicus zijn of haar focus verliest: het daadwerkelijk diagnosticeren van ziekte en/of behandelen van mensen en daar heel goed in zijn.

Het tweede thema gaat over: meer en beter samenwerken leidt tot een beter resultaat. Hij vergelijkt dit met de pit crew in de racewereld: in hoge snelheid samen excellentie bereiken. Is uw vakgroep een team? Hoe complementair is uw team en wat is uw plek in de vakgroep? Wat zijn uw kwaliteiten en talenten?

De begeleidingskundige: ik weet het niet, u weet het
Begeleidingskundigen zien voldoende aanleidingen om dokters meer in hun kracht te zetten door hen te stimuleren tot (persoonlijke) ontwikkeling en leren. Ervaringsgegevens van de Academie en commerciële coachbureaus geven inderdaad aan dat de coachvragen bij medisch specialisten langzaam toenemen. Bij navraag betreft het dan toch vaak meer de arts-assistenten / AIOS. Bij medisch specialisten zelf betreft het geregeld (verborgen) hulpvragen op het gebied van forse stress, burn-out, verslavingsproblematiek, (samenwerkings)conflicten en dergelijke. Je zou kunnen zeggen: pas in een heel laat en geproblematiseerd stadium wordt er om hulp gevraagd. Eigenlijk jammer, omdat coaching juist een meer oplossingsgerichte en ontwikkelingsgerichte vorm van leren en reflecteren is.

De vraag aan u
Wij van WC-eend kunnen WC-eend blijven promoten tot we een ons wegen en dat blijven we vast ook doen: prima. We kunnen ook veel voor u invullen wat ons inziens nodig is. Maar belangrijker is wellicht het stellen van een vraag aan u: wat houdt u bezig? Wat is de intrinsieke ontwikkelvraag waar u eigenlijk wel wat mee zou willen doen? Wat zou uw belang kunnen zijn bij coaching, supervisie of intervisie? Of misschien makkelijker: wat zou het uw collega(s) kunnen opleveren? Wat zou het u en uw maten als team kunnen opleveren? Met andere woorden: wat doet dokters leren?

Ik ben erg benieuwd naar uw antwoorden, zodat wij daar als beroepsgroep op kunnen aansluiten.
Ik zoek uw meningen, ervaringen, reacties, praktijkvoorvallen, behoeften en (voor)oordelen. Geeft u de input?

Uw reactie blijft vanzelfsprekend anoniem en is van harte welkom op cees.van.elst@heartfulatwork.nl.